Werking van het menselijk brein. (Neuroplasticiteit)

Neurale plasticiteit (ook wel aangeduid als neuroplasticiteit, corticale plasticiteit of kortweg plasticiteit) duidt op veranderingen in de organisatie van de hersenen van individuen als gevolg van ontwikkeling, leren of ervaring. Neurale plasticiteit kan verschillende vormen aannemen. Het kan optreden als onderdeel van de normale ontwikkeling, als onderdeel van leerprocessen bij normale volwassenen en na hersenletsel. Als we een kijkje nemen in de hersenen van mensen dan zien we dat het brein bestaat uit duizenden netwerken van neuronen die met elkaar in verbinding staan.

Deze verbindingen zorgen ervoor dat we kunnen voelen, hoe we onze emoties tonen en hoe we ons gedragen in bepaalde siutaties. Onze hersenen bestaat uit honderd miljard neuronen. Een neuron of zenuwcel is een ‘input-output elektrisch apparaat’.  Ze kunnen niet met elkaar communiceren via woorden, maar het is een prikkelbare cel, met geleidend vermogen.  Zenuwcellen zijn dus de informatie- en signaal verwerkers van het lichaam. Toch leidt deze vorm van overdracht tot ons complexe gedrag.

Hoe komt het toch dat wij mensen zo goed in staat zijn om nieuwe dingen te leren? Als je daar bij stil staat is het magisch wat wij mensen allemaal kunnen. Hoe doen we dat eigenlijk? Dat komt omdat onze hersenen beschikken over zelf organiserende mechanismen. We weten dat het brein bestaat uit neuronen. We weten dat de neuronen elektrische signalen gebruiken die van cel tot cel gaan. Het brein is niet statisch, maar dynamisch en veranderlijk, ook wel plasticiteit genoemd. Neuroplasticiteit zorgt ervoor dat we kunnen leren en veranderen door nieuwe verbindingen te vormen tussen zenuwcellen om nieuwe dingen te leren, maar ook om gewoonten te veranderen en gedrag.

Mensen hebben dus het vermogen om te leren en dit is nodig om te kunnen overleven. Onze hersenen zijn namelijk niet statisch, ze veranderen en passen zich aan door nieuwe informatie dankzij neuroplasticiteit. Door bewust en herhaaldelijk nieuwe connecties te maken, hebben we zelf invloed op hoe deze synaptische verbindingen werken. Hoe vaker een patroon in de hersenen wordt herhaald, des te sterker de neurale verbinding wordt. Onze hersenen veranderen dus als we nieuwe dingen leren.

Neuroplasticiteit en chonische pijn?

Hoe kan men de neuroplasticiteit van de hersenen dan gaan gebruiken voor chronische pijn? Zodra er geen weefselschade meer is in het lichaam kan het zijn dat patiënten alsnog de pijnprikkels voelen zoals we hiervoor hebben gelezen. De aandacht gaat zoals de patiënt gewend is om te doen richting de pijn. Omdat de hersenen hierin niet ‘leren’ door een andere prikkel toe te voegen zal dezelfde pijn continu terugkeren. Het is dus van belang het brein weer te resetten dat er geen pijnsignaal gegeven hoeft te worden zodra iemand in beweging komt. Je hersenen hebben namelijk een ‘reminder’ functie en zullen situaties met emoties en evt ook pijn combineren. Handig, maar niet altijd fijn als dit gepaard gaat met pijn.

Stel je brand je vinger aan een kaars, dat doet zeer. Dit wordt opgeslagen in je hersenen. De volgende keer dat je een kaars ziet herinneren je hersenen je eraan dat je niet met je vinger in de vlam moet gaan, want dat doet zeer.